Prikkelbaredarmsyndroom en alvleesklier: 2% met overtoeren zorgt voor 98% met ondertoeren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze blog uit de prikkelbaredarmserie vertel ik je meer over de rol die de alvleesklier, koolhydraten en het hormoon insuline spelen bij het prikkelbaredarmsyndroom. In de eerste blog heb je al kennis gemaakt met de alvleesklier, ook wel pancreas genoemd, én las je over het verband tussen weinig maagzuur, een slechte signalering aan de alvleesklier en prikkelbaredarmklachten. Maar, zal iemand met voldoende maagzuur ook hebben gedacht: lang niet iedereen met prikkelbare darmen heeft te weinig maagzuur! En dus moeten er nog andere oorzaken zijn. Één van deze andere oorzaken vindt zijn oorsprong in het voedsel dat we eten.


De alvleesklier in het kort 

 

De alvleesklier, of pancreas, is een klein orgaan dat ter hoogte van de maag ligt. De alvleesklier is met een kanaaltje verbonden met de 12-vingerige darm; het bovenste stukje van de dunne darm dat grenst aan de maag. Via dit kanaaltje scheidt de alvleesklier zijn spijsverteringssappen uit in de darm, om te zorgen dat het voedsel dat de maag heeft verlaten in steeds kleinere stukjes wordt geknipt en via de darmwand in het lichaam kan worden opgenomen. Hoewel de alvleesklier bij velen niet zo bekend is als de maag of de darmen, mag je dit orgaan beschouwen als één van de belangrijkste verteringsorganen in je lichaam. Als een niet goed functionerende alvleesklier de reden is dat jij dagelijks last hebt van prikkelbare darmen zal je dat zeker beamen!

 

Twee functies 


De functies van de alvleesklier zijn in twee op te delen: een endocriene en een exocriene functie. De endocriene functie bestaat uit het produceren van insuline. Dit is het hormoon dat wordt geproduceerd na het eten van voedsel met koolhydraten en suikers. Koolhydraten worden in de darmen in piepkleine stukjes geknipt totdat er alleen glucosemoleculen overblijven: de bouwstenen waaruit koolhydraten zijn opgebouwd. Het glucose wordt via de darmwand opgenomen in het bloed, waardoor de glucosespiegel in het bloed stijgt. Dit noemen we ook vaak de bloedsuikerspiegel. Als deze bloedsuikerspiegel stijgt produceert de alvleesklier insuline. Dit hormoon zorgt er vervolgens voor dat glucose uit het bloed wordt gehaald en in de lichaamscellen terecht komt. Daar kan het opgeslagen worden, of worden omgezet in energie.

 

De anatomie van de alvleesklier 


Veel mensen kennen de alvleesklier van het maken van insuline en de rol die het speelt in diabetes. Diabetes type 2 is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de Westerse wereld. Een aandoening waarbij het lichaam ongevoelig is geworden voor het bloedsuikerhormoon insuline, waardoor glucose en insulinespiegels chronisch verhoogd blijven. Wat niet veel mensen weten is dat insuline maken eigenlijk helemaal nooit zo’n belangrijke taak is geweest van de alvleesklier. Voor de manier waarop men vroeger at en leefde was namelijk vrijwel nauwelijks insuline nodig. Dit verklapt ook de anatomie van de alvleesklier: slechts 2% van alle alvleeskliercellen bestaat uit insuline producerende cellen. De overige 98% bestaat uit cellen die verantwoordelijk zijn voor het maken van spijsverteringssappen!

 

Energieverdeling 


Energieverdeling speelt een centrale rol in onze gezondheid. Dit begint al bij het bioritme. Een ritme dat ervoor zorgt dat de organen die overdag actief zijn ’s nachts rust krijgen, zodat organen die overdag in rust zijn actief kunnen worden. Zouden alle organen altijd tegelijkertijd actief zijn, dan heb je misschien wel 20 liter bloed nodig om alles te kunnen voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Dat gaat natuurlijk niet werken.

 

Hoge last op de alvleesklier 

 

Zo werkt het ook op orgaanniveau. En als het gaat om de alvleesklier, is daar niet bepaald een eerlijke verdeling. Koolhydraatrijke voeding, zoals brood, pasta, crackers, wraps en koekjes, die in de darmen worden afgebroken tot glucose, leggen een enorm hoge last op de 2% van alvleesklier die verantwoordelijk is voor het aanmaken van insuline. Dit geldt ook voor de suikers die overal in zitten. Het kleine beetje energie dat overblijft voor de overige 98% is vaak niet voldoende om nog te zorgen voor een goede vertering. Hierdoor kan het voedsel niet langer in kleine stukjes worden afgebroken, en verandert langzaam maar zeker ook de zuurgraad van de darmen.

 

Disbalans van de darmflora 


Een belangrijk gevolg hiervan is dat dat de darmflora uit balans raakt. En een disbalans van de darmflora is een van de belangrijke kenmerken die wordt gezien bij mensen met prikkelbaredarmklachten. Hoewel de klachten zich uiten in de darmen, begint het echte probleem dus ergens anders. Het is een kip-ei verhaal, want het een zorgt voor het ander. En die zuurgraad van de darmen? Die is van groot belang om te zorgen dat bacteriën niet kunnen leven op plaatsen waar zij niet mogen leven. Hierover zal een volgend blog in deze reeks gaan.

 

Advies 


Heb je last van prikkelbaredarmsyndroom? Ben je benieuwd of jouw alvleesklier hier ook een aandeel in heeft? Wil je weten of jouw klachten ook te maken hebben met je voedingspatroon of heb je andere vragen? Neem dan gerust vrijblijvend contact op. Samen kunnen we ontdekken waar jouw klachten vandaan komen en wat we eraan kunnen doen! We werken aan een échte oplossing, niet alleen aan het bestrijden van de klachten.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0